De speelgoedwinkel.

,

“Godverdomme wat is het belastingstelsel toch klote!” schreeuwt de man in de gang van de Playmobil. “Die teringcampers zijn hier ook al veel te duur!” vervolgt hij. “Kloteregering! Een Roverheid noem ik het! Ik kan nog niet eens een cadeau voor mijn dochter kopen zonder dat ze me helemaal uitkleden!”

Een medewerker van de winkel benadert de man, en vraagt hem vriendelijk: “Meneer, er zijn hier kleine kinderen aanwezig. Wilt U zich bedaren? Dit gaat tegen het beleid van onze winkel in. Dit is niet de plaats om dit soort zaken kenbaar te maken.”. De man reageert fel: “Jullie proberen mij de mond te snoeren! Dit is vrij land en ik mag zeggen wat ik wil, waar ik dat wil! Ooit gehoord van vrijheid van meningsuiting?!”.

“Meneer, nogmaals, ik wil U vriendelijk e doch dringend verzoeken de winkel te verlaten en ergens anders uiting te geven aan uw frustratie. Uw dochter, evenals alle aanwezigen in deze winkel hebben geen behoefte aan uw tirade.”

De man trekt de Playmobil camper uit het schap en gooit deze woest op de grond. “Ik koop nooit meer iets bij deze klotewinkel!”. Hij stormt naar de uitgang. Onderweg passeert hij een vrouw die bij de Barbies staat te kijken. “U bent echt een held. Uw dochter mag trots zijn op zo’n vader, maar ik ben erg benieuwd of ze hiermee iets gaan doen.” zegt ze tegen hem alvorens ze naar de kassa loopt.